‘Ik ben niet op zoek naar de laatste wildernis. Ook hoef ik geen roofdieren te villen of brandnetelsoep te eten. Wat ik wil is simpel: overweldigende natuur waar ik in alle stilte doorheen kan rennen.’
- Jolanda Linschooten’s GR20

bladzijde-65

Een GR staat voor Grande Randonnée. Deze bestaat uit een netwerk van paden dat begin vorige eeuw door wandelpionier Jean Loiseau is vastgelegd. Hij trok er met kaart en kompas op uit en legde zijn wandelroutes nauwkeurig vast. De befaamdste Grande Randonnée is Corsica’s GR 20 met een lengte van bijna 200 kilometer. Een spectaculaire en bijzonder zware route. Jolanda volbracht deze solo.

Het plan om Corsica’s GR20 alleen te rennen leek me vooraf een fantastisch plan en een serieuze uitdaging bovendien. Maar nu ik in mijn bivakzak onder deze duizelingwekkende sterrenhemel lig, omgeven door verticaal graniet, voelt het allemaal een stuk minder logisch. Hier lig ik dan: ver van huis, op een plateautje van twee bij drie, dat bezaaid is met stenen waar ik zeker tien minuten aan besteed heb om ze zo plat mogelijk te rangschikken uit angst voor mijn ultradunne met lucht gevulde matje. Ik ben klaarwakker, ondanks dat ik vijf uur min of meer onafgebroken onderweg geweest ben, aldoor omhoog vanaf mijn start op zeeniveau in Calenzana, en ondanks de vermoeidheid in mijn lijf van dit behoorlijk zware begin over grote steenblokken tussen stekelige maquis. De onwaarschijnlijke afstand die nog voor me ligt: het hele traject is 190 km met 15.000 hoogtemeters. Als je begint te tellen verlies je al snel de moed en denk je dat er nooit een eind aan komt. Dus ik moet niet tellen. Van al die andere keren wéét ik dat uiteindelijk alles zijn ritme krijgt waardoor begin en eind hun betekenis verliezen en alles samenvalt tot een en dezelfde hartslag.

Bonken en prevelen
Een half uur voor zonsopgang ben ik alweer onderweg. Heerlijk om weer in beweging te zijn. Rennen gaat vooralsnog niet, het terrein is te steil en te lastig dus ik heb voortdurend minstens één hand extra nodig. Maar omdat ik slechts vier kilo op mijn rug draag, kan ik me toch licht en uiterst snel verplaatsen. Onwaarschijnlijk steile ravijnen waar ik ook kijk. Puntige pieken langs de hele horizon. Dit graniet is zo indrukwekkend ruig dat het haast vijandig voelt.Tot het moment waarop de zon tevoorschijn schuift. Omringd door rode rotsen voel ik bovenop die stille graat ineens dat verslavende gevoel van daar-en-nergens- anders willen zijn. Maar dat duurt maar even. Voor ik het weet, benik vooral aan het bikkelen, zweten, klauteren gevolgd door loodsteil omlaag rennen, springen en bonken. Maar dat geeft niet, daar kwam ik voor. En gek genoeg voel ik me hier meer en meer thuis door al die inspanning. Refuge Carrozzu, de Spasimatakloof, Bocca di Muvrella, Bocca di Stagnu, Haut Asco. Exotische, mij volslagen onbekende namen op mijn topografische kaart. Namen die ik als gebeden urenlang prevel omdat het de bakens van mijn run zijn, kleine mijlpalen die me dierbaar zijn. Daar koop ik een stuk brood met kaas, daar eet ik chips en daar klok ik een blikje Cola weg.

Als je begint te tellen verlies je al snel de moed en denk je dat er nooit een eind aan komt.

Slagtanden en een bonkend hart
Verder over de nieuwe GR20 variant. Onderlangs Monte Cinto met staaldraadzekeringen via het ruim 2600 meter hoge Pointe des Eboulis naar RefugeTighiettu en dan door naar Bocca di Foggiale.Totdat ik in de avondschemer eindelijk opnieuw mijn bivakzak uitrol in het groene dal van de Golo rivier. Dit keer val ik direct als een blok in slaap tot ik van een hoog gegil wakker schrik. Ik schiet overeind, grijp mijn hoofdlampje en een van mijn loopstokken. Gegrom, gesnurk, geschraap. Hoe angstaanjagend dit in het duister ook is en hoe kwetsbaar ik me hier ook voel, ik stel mezelf gerust: dit kúnnen alleen maar wilde zwijnen zijn. Daarvan telt Corsica er maar liefst 45.000 en die eten alleen eikels. Maar vallen ze je desondanks aan? Dat gebit, die slagtanden. Hoewel ik vooralsnog alleen een rij blinkende oogjes zie. Mijn lamp weerkaatst hun netvliezen, ik tel acht paar ogen. Op gepaste afstand. Dertig meter? Vijftig? Moeilijk schatten in het donker. Ik schreeuw wat in het wilde weg en probeer indrukwekkend te zijn. Het helpt. De lichtjes doven, snelle stappen, meer gegrom en nog wat raar gebrul en dan is het weer stil. Op het gebonk van mijn hart na.

Rijkdom
Al dit Spartaanse gedoe, het geeft me gek genoeg een ongelofelijk rijk gevoel. Misschien omdat het een bewuste keus is – en dus feitelijk luxe – om enkele dagen met heel weinig op pad te zijn. Alleen door af te zien van veel spullen, zoals een brander, een kookpot, een tas vol eten, schone kleren, ben ik in staat zoveel uren aaneen door dit terrein te rennen. En het merkwaardige is dat het fysieke zich klakkeloos naar het mentale vertaalt. Met een lichte rugzak loop ik makkelijker, en met minder ballast in mijn hoofd leef ik lichter.

Onmogelijk en overweldigend
De GR20 wordt niet voor niets de aller ruigste lange- afstandsroute van Europa genoemd. Met name de noordelijke helft, van Calenzana tot aan Vizzavona, is hairrazing. Het ‘pad’ bestaat uit rood-witte markeringen in snoeisteil blokkenterrein. De cols zijn dermate hoog en steil dat ik mijn nek achterover leg om te zien waar ik heen moet. Er zijn er ook bij waar de moed me in de schoenen zakt, zoals de Bocca alla Porte. Deze ligt midden in een halve cirkel van granietpunten. Onmogelijk! Het terrein hier is zó overweldigend dat je denkt nooit daarboven aan te komen. Maar de tactiek van stap-voor-stap-vertrouwen- ontwikkelen brengt me er dan toch. Op die smalle pas sta ik direct onder de hemel, bloedsteile rotsen alom en de kauwtjes loerend om me heen. Mijn kleren, mijn gezicht, mijn hele lijf: alles voelt bezweet, vol krassen, aarde en wie weet wat voor vuiligheid nog meer. En toch, door dit alles voel me ik me juist schoon gespoeld. Vanwege die volledige focus op waar ik ben – ik heb geen andere keus – die concentratie is leegmakend mooi.

bladzijde-64

Schuilen
De GR20 wordt niet alleen de ruigste maar ook één van de mooiste GR’s genoemd. Ook dat is niet overdreven. Een ongekende variatie aan landschappen schuift deze dagen voorbij: na al dat verticale graniet volgen in het zuidelijke deel een prachtig oeroud bos en klaterende rivieren met verkoelende zwempoeltjes. Het Parc Naturel Régional de la Corse beslaat zo’n 3.300 vierkante kilometer, twee derde van het hele eiland, en daar loopt de route dwars doorheen. Via heerlijke paadjes waarover ik na Vizzavone echt kan trailrunnen. Soms in de warme zon maar soms ook in mist, regen en harde wind.Twee keer zelfs moet ik mijn trailrun onderbreken vanwege noodweer. Zo zit ik een keer halverwege een berghelling in mijn bivakzak in de regen zo’n anderhalf uur te wachten tot het onweer voorbij is. De andere keer schuil ik zowat negen uur in een berghut omdat er een storm over de bergruggen raast. Maar ook dat hoort bij de bergen. Om zonder supportcrew de GR20 als solo trailrun af te kunnen leggen, heb je meer nodig dan een fit lijf. Kennis van de bergwereld en bovenal respect voor dat grootse om je heen is hier letterlijk van levensbelang. Het is precies die combinatie die me zo voldaan maakt als ik na vier loopdagen, pakweg 50 gelopen uren, in Conca weer op zeeniveau sta.

Solo finishen
Terracottadaken, een ranke kerktoren en een oorverdovende stilte in de smalle steegjes. Zo mag een finish voor mij vaker zijn. Niks geen geklap of gejoel. Niks geen medaille of podium. Ik ben hier niet de eerste, de enige of de snelste. En dan moet ik lachen om mezelf: ik, die bij eerdere ultratrails toch graag voorin meeliep (1e bij de UltraTrail Mont Blanc-variant TDS en 2e bij de Marathon des Sables red.) ik moet blijkbaar eerst 190 km zonder publiek of medaille rennen om te snappen hoe waardevol het is om zonder schittering van schijnwerpers in alle anonimiteit voort te rennen. Gewoon omdat je het zelf hebt bedacht.