Guido Joseph is niet de eerste de beste rennende Bn’er. van de gitarist van Chef'special verwacht je misschien dat hij meer rockt dan rent, maar vergis je niet: hij neemt hardlopen heel serieus.

Bladzijde-25

‘Ik loop graag op een industrieterrein’, is zijn eerste verrassende mededeling, op de bank in de studio in een monumentaal anti-kraakgebouw. Guido Joseph woont in Haarlem. Soms loopt hij richting de duinen, maar vaak vindt hij het prima om ‘s avonds laat over het industrieterrein in de buurt van de studio te gaan. ‘De straten lopen lekker rechtdoor en ik kom er weinig mensen tegen op dat tijdstip.’ Vaak gaat hij om een uur of tien ’s avonds nog trainen om zijn hoofd leeg te maken na een drukke studiodag. Hij gaat laat slapen, vaak pas tegen twee uur ’s nachts. Hij treedt regelmatig op tot ongeveer elf of twaalf uur en voordat hij in bed ligt, is het laat. Vroeg in de ochtend hardlopen is logisch genoeg niet zijn ding.

Opgeruimd
In 2013 speelde Chef’Special tijdens Rock and Run en de bandleden liepen zelf ook mee. Guido, die altijd al wel aan sport deed, merkte dat hardlopen prima te combineren was met zijn onregelmatige leven als muzikant. ‘Het is een goede manier om mijn hoofd leeg te maken. Na het lopen voel ik me frisser en opgeruimd.’ Hij traint het liefst als het lekker weer is, niet te warm, niet te koud. ‘Eigenlijk is het Nederlandse klimaat perfect voor mij, maar als het heel erg slecht weer is ben ik soms een beetje een watje’, grijnst hij. Maar als hij zich eenmaal in een doel vastbijt, gaat hij bij nacht en ontij de deur uit om te trainen. ‘Een paar keer heb ik echt hard getraind om een doel te bereiken. En ik ging altijd. Ik wilde de tien kilometer binnen de 43 minuten lopen. Uiteindelijk liep ik 41.50!’ Zijn tweede grote doel was het lopen van de Rotterdam Marathon in 2014. ‘Dat is een beetje een apart verhaal’, lacht hij. ‘In januari vatte ik het plan op om die marathon te gaan lopen. Ik kom uit Rotterdam en heb veel vrienden daar; mijn beste vriend ging trainen voor de marathon. Ik vond het een van de tofste uitdagingen om aan te gaan, dus ik heb me ook ingeschreven.’

Blessure
Hij begon te trainen, hard, harder, hardst. Vanuit het niets bouwde hij op naar tien, dertien, vijftien en ook twintig kilometer. Hij liep in zijn korte broek door de kou, zonder warming up, want blessures had hij nooit. Maar plotseling was daar in februari vorig jaar een serieuze kwetsuur aan zijn knie. Zes tot acht weken moest hij rustig aan doen. Hij zette de marathon maar uit zijn hoofd. ‘Begin april was de pijn aan mijn knie over. Ik liep vijf kilometer en bedacht me dat ik nog steeds ingeschreven stond voor de marathon. Ik besloot om van start te gaan en maar te zien waar het schip zou stranden.’ Maar het schip strandde niet, niet echt. Guido deed iets wat veel lopers niet eens kunnen: hij ging veel te langzaam van start. Het maakte dat hij het volhield, ook in het Kralingse Bos waar het licht langzaam uit dreigde te gaan. ‘Dat deed pijn. Maar ik was tien kilometer verwijderd van het uitlopen van een marathon. Dan stop ik niet.’ In iets meer dan vier uur bereikte hij de finish op de Coolsingel. ‘Al die mensen die daar staan: wow!’ De eerste tien minuten na de finish zat hij stilletjes naast zijn moeder. ‘Alles deed zo’n pijn. Behalve die knie, gek hè.’ Als hij zich weer voorbereidt op een marathon, wil hij hem onder de 3.30 uur lopen. ‘En de tien kilometer binnen de 40 minuten.’ Hij hoopt dat hij de volgende keer vrij blijft van pijntjes en blessures. ‘Ik ben nu dertig. Dat is niet heel oud, maar ik merk wel dat ik minder snel herstel dan toen ik twintig was.’

Alles deed zo’n pijn. Behalve die knie, gek hè?

Bladzijde-22

Feestjes
Gezond leven hoort niet vanzelfsprekend bij een bestaan als muzikant. Guido is ook echt geen gezondheidsfreak, want hij viert regelmatig feestjes met de band. ‘Maar ik ben zeker niet iemand die wekenlang drinkt. Met onze band hebben we veel verantwoordelijkheden; het is een onderneming die we draaiend moeten houden. We hebben ons eigen label en moeten veel afspraken nakomen. Dan is het lekker om gezond te blijven en fris te zijn in mijn hoofd: ik bereik dat met hardlopen.’ Na lange dagen in de studio gaat Guido niet uitgebreid groente staan koken. Gezond eten schiet er regelmatig bij in. ‘Vaak gaan we tot laat in de avond door, dus kiezen we meestal voor een afhaalmaaltijd. Niet altijd gezond, maar op dat moment verreweg het makkelijkst.’

Muziek
Hoeveel hij ook van muziek houdt, tijdens het hardlopen hoeft het voor hem even niet. ‘Ik ben al heel veel met muziek bezig en bovendien vind ik die oortjes helemaal niet lekker zitten.’ Hij denkt ook niet echt na over muziek als hij loopt. ‘Ik loop net iets te hard om relaxed na te denken; ik ben gefocust op het lopen.’ Het is niet zo dat hij tijdens het hardlopen op allerlei geniale ideeën komt, maar het effect van lopen zorgt ervoor dat hij nog beter muziek kan maken. Een schema volgt hij niet en met rustig lopen heeft hij moeite, net als met anderen samen lopen. ‘Dan kan ik niet in mijn eigen tempo lopen. De hardlopers die ik ken, gaan net iets langzamer dan ik wil.’

Brooklyn
Als gitarist werkt hij veel in het buitenland. Altijd neemt hij zijn loopspullen mee, zoals bijvoorbeeld naar Zwitserland en New York. ‘Vorig jaar namen we een plaat op in Brooklyn. Het leek me heel leuk om daar te gaan lopen, maar je moet echt naar een park toe – en dat was soms al vijf kilometer verderop. Het punt is dat Brooklyn uit blokken bestaat, waardoor je om de paar honderd meter voor het stoplicht staat.’ Mocht de band gaan touren door de VS, dan zou hij het geweldig vinden om de New York Marathon te kunnen meepakken. Op zijn bucket list staan verder ‘gewoon’ de Bruggenloop en de marathon in Rotterdam. ‘Ik wil ze allebei goed lopen. Dat is me de eerste keren niet gelukt. De Bruggenloop liep ik bijna ongetraind (want geblesseerd geweest, red.) in 1.09 uur. Het was koud en het waaide; pas de laatste vijf kilometer ben ik gaan versnellen. Ik wil er goed voor trainen en het dan opnieuw proberen.’ De marathon in zijn voormalige woonplaats ziet hij als de ultieme marathon. ‘Iedere loper die ik ken, heeft ’em gelopen. Ik werd veel aangemoedigd, niet zozeer door bekenden; ik had bijna niemand verteld dat ik toch nog ging starten. Maar ook toen ik het zwaar had, wilde ik gewoon aardig terugzwaaien naar al die mensen die je een hart onder de riem steken. In het startvak kreeg ik zo’n kippenvel. Daar stond ik, met die duizenden mensen die er allemaal op gebrand waren die marathon uit te lopen; iedereen had er zo lang en hard voor getraind, nou ja, ik eigenlijk niet. Maar dat wil ik dus nog wel gaan doen.’

Ik loop net iets te hard om relaxed na te denken.