Ze werken, hebben kinderen én lopen geregeld marathons. Hoe doen deze hardlopers dat?

Bladzijde-17

Elke Hagenaars (33): ‘Sinds Yori (2) loop ik op dinsdag en donderdag bij PAC Rotterdam en Jeroen (40) solo op maandag en woensdag. Tijdens de marathonperiode doe ik op zondagochtend meestal mijn lange duurloop. Jeroen fietst dan zo’n drie kwartier mee, Yori in een stoeltje voorop. ’s Middags fietsen wij eerst met hem mee en daarna gaan we naar de kinderboerderij. Ik heb een paar keer met Yori in de Maxi-Cosi gelopen. Ik wist: anders lukt het niet vandaag. Vond ze prima; sliep ze een kilometer of 10. Nu wil ze niet meer in de wagen: ze vindt het ongezellig dat ik achter haar loop. Straks kan ze zelf een stuk meefietsen, dat lijkt me leuk. Voor Yori combineerde ik het trainen met een uur spinnen, of een halfuurtje dribbelen de volgende ochtend. Dat kan niet meer. Vroeger dacht ik wel eens: Ik ga morgen wel. Dat kan ook niet meer, want dan loopt Jeroen. Je kunt het niet inhalen, dus je moet wel. Een aantal vrienden en familie woont 25 à 30 kilometer bij ons vandaan. Als we op bezoek gaan, gaat de één met de auto ernaartoe en de ander hardlopen. Heb je na aankomst de hele middag of avond nog en hoeft op zondag maar een van ons te lopen. Jeroen en ik hebben er ook nooit frictie over. “Wanneer ga jij, wanneer ga ik?” Dáár gaat het over. Afgelopen jaar liepen we individueel Rotterdam en samen een trailmarathon. Beide waren bijzonder voor me. Mijn vader overleed onverwacht in januari, hij wist dat ik Rotterdam zou gaan lopen. De trail was in zijn omgeving – hij liep zelf ook marathons. Tijdens de trailvoorbereiding werkte ik niet: twee weken na Rotterdam ben ik door privégebeurtenissen overspannen geraakt. Door het rennen bleef ik mentaal fit; kon ik mijn hoofd leeg lopen. Dat snapten ze gelukkig op mijn werk. Dit jaar gaan we weer Rotterdam lopen. Het trainen voor de trail, in de zomervakantie, beviel ook goed – lekker weer, meer tijd. De Kustmarathon Zeeland, in oktober, wil ik ook eens doen. Misschien ga ik vanaf nu twee marathons per jaar lopen.’


Bladzijde-18

Dorien Tange (39): ‘Erik en ik trainen op verschillende avonden – we hebben onze atletiekverenigingen daar op uitgekozen. Zo hoeven we niet te knokken wie er mag rennen. Ik loop op woensdag en soms op maandag. Of ik ren van ons werk naar huis: 11 kilometer. De zondagen houden we het liefst voor de kerk en het gezin. Dat wordt lastiger nu de kinderen op vrijdagavond en zaterdagochtend sporten. Ik heb Amsterdam, Parijs,
Rotterdam en de Kustmarathon Zeeland gelopen. Vanwege mijn broer ga ik Rotterdam weer lopen. Hij zei: “Als je onder de 3.30 loopt, loop ik er ook één.” Vorig jaar april liep ik 3.28. Met de kinderen doen we lokale loopjes. Als ze willen kunnen ze een afstand meelopen. Toen Nina (8) twee was, liepen we de Poelster Bosloop. Hoorde ik ineens: “Hallo, mama!” Rende Erik met Nina in de kinderwagen mij voorbij. Nu fietst ze wel eens mee, doen we gezellig een rondje bos samen. De kinderen zijn het gewend. Als er maar drie toetjes zijn, zegt Thomas (5): “Wie gaat er hardlopen?’

Erik Tange (42): ‘Op dinsdag ren ik op de baan. Tenzij we heel diep zijn gegaan, loop ik op woensdag van ons werk naar huis. Lukt de donderdagtraining óók, dan is dat een cadeautje. Dorien en ik hebben een gezamenlijke agenda die automatisch synchroniseert, erg handig. Wil ik een keer spontaan naar het werk rennen, kan dat: op het werk heb ik een pakketje reservekleding en schoenen. Als ik op woensdag heen en weer wil rennen, neem ik op dinsdag kleding mee. En gaan we naar IKEA, dan rent er eentje terug. Thomas fietst naar judo – ik loop met hem heen en terug en tijdens zijn training. Soms loop ik op zondag vóór de kerkdienst. En soms kom ik thuis, high five Dorien, en gaat zij lopen. Het is flexibel zijn. Je kinderen gaan altijd voor. Rotterdam is mijn voorbereiding voor de Wings for Life World Run. Hun doel: aandacht voor dwarslaesieonderzoek. Hopelijk ren ik minstens 60 kilometer. Ik ben extra gemotiveerd, heb lang op een dwarslaesieafdeling gewerkt. Dat maakt je wel bewuster van het feit dat je gezond bent.’


Bladzijde-19

Mohammed Zemouri (45): ‘In 2011 ben ik begonnen met hardlopen bij Just Run in Almere. Hardlopen geeft mij positieve energie. Voor het opvoeden, maar ook voor het werk – toen ik begon, was het crisis in de banksector. Het lopen zorgde ervoor dat ik optimistisch bleef, hoewel ik hele afdelingen opgedoekt zag worden. Ik train altijd vanaf half januari voor Marathon Rotterdam in april, en vanaf half augustus voor de Amsterdam Marathon in oktober. In 2013 deed ik de lange duurlopen voor Amsterdam met Abdelwahid, een vriend van me. Gingen we ’s weekends om zes uur ’s ochtends lopen, waren we om negen uur weer thuis. Dan kun je niet om 2 uur ’s nachts naar bed gaan, nee. Maar door het hardlopen heb ik rust in mijn hoofd en slaap ik beter. Ik heb nu minder slaap nodig. Tijdens de afgelopen Amsterdam Marathon kwam Abdelwahid me onverwacht aanmoedigen; hij liep de laatste kilometer mee. Dankzij hem liep ik voor het eerst onder de 3 uur: 2.59. In de zomer neem ik rust, loop ik zes weken niet. Op vakantie neem ik mijn schoenen ook niet mee, dan wil ik uitslapen en bij mijn gezin zijn. Bij terugkomst ben ik mentaal en fysiek uitgerust en heb ik er weer zin in. Najat (45) en de kinderen steunen me, vinden het leuk. Mijn oudste studeert al, de middelste gaat naar de middelbare school. Met Bayan (6) ga ik in het weekend een paar uur uitlopen. Zij op de fiets, ik wandelen. Als ze wat ouder is en harder kan fietsen, kan ze mee als ik ga rennen. Dat deed ik ook met mijn zoon Karim (nu 15). Fietste hij 30 kilometer mee, een beetje praten over van alles en nog wat. Met Manal (18) heb ik in 2013 een halfjaar gelopen als training voor de Almere City Run, maar ze vindt fitness leuker. In de toekomst wil ik graag wat meer marathons in het buitenland lopen. Abdelwahids droom is de marathon van Marrakech. Wie weet gaan we in 2017 een weekend op en neer…’