Hardlopen is niet haar sport, toch doet ze het zo’n vier keer 35 per week. Nicolien Sauerbreij, nog één seizoen professioneel snowboarder, trekt consequent haar loopschoenen aan om haar conditie op peil te houden.

Bladzijde-34

Wat we allemaal al weten: hardlopen kan altijd en overal. Wat we misschien nog niet wisten, maar Nicolien wel, is dat het heel lastig hardlopen is op een steile, besneeuwde berghelling. “Hardlopen is laagdrempelig en kan dus bijna overal: ideaal voor iemand als ik die acht maanden per jaar in het buitenland verblijft”, vertelt de winnares van het Olympisch goud (2010) op de reuzenslalom. “Lopen is de meest ideale vorm van bewegen. Het maakt zo’n vier keer per week deel uit van mijn training en ik gebruik het als warming up en cooling down bij een wedstrijd. Soms zit ik op een berg die zo steil is, dat het echt niet gaat.”

Echt heel koud
Snowboarden is zwaar voor je lichaam, en misschien ook niet ongevaarlijk, maar Nicolien voelt zich een bevoorrecht mens als ze ’s ochtends om zeven uur op de piste staat. “Al is het soms echt heel koud. In Canada stond ik bij een gevoelstemperatuur van min 52 graden in de sneeuw. Ik droeg vijf onderbroeken en moest mijn gezicht afplakken met kinesiotape. Mijn sponsor Odlo heeft wortels in Noorwegen en die kleding houdt me meestal goed warm. Maar op dat moment was geen enkele kledinglaag te veel.”

Hunkering
Een half jaar lang stond ze niet op haar board. Ze was er na de Spelen van Sochi even klaar mee. Maar ze is terug; ze wil nog één seizoen de sneeuw in om te laten zien wat ze kan. “Mijn basis is mijn plezier in de sport. Ik heb met heel veel passie naar de Spelen toegewerkt, maar vlak ervoor ging er van alles mis buiten mijzelf om, doordat ik afhankelijk was van anderen. Hoewel ik in topvorm was, hield ik een gefrustreerd gevoel over aan Sochi (ze haalde de kwartfinales niet, red.) en zo wilde ik mijn carrière niet afsluiten.” Tijdens haar laatste seizoen opereert ze zelfstandig, zodat ze zelf beslist wat ze wel en niet wil. Ze voelt zich er goed bij en is vol vertrouwen over de komende winter. “Ik voel me zoveel vrijer. Het hunkerende gevoel was ineens weer terug.” Na zes maanden trainen, maar zonder sneeuw, stond ze voor het eerst weer op haar board. Ze vond het spannend, twijfelde of ze het nog wel kon. Maar vanaf de eerste seconden voelde het weer vertrouwd en begon ze met een leeg hoofd en een vol hart aan haar nieuwe hoofdstuk.

Zelfgemaakt
Als peuter van twee stond ze voor het eerst op ski’s. Haar vader was skileraar. Ze groeide op in het gehucht De Hoef, waar ze alle ruimte had om te spelen en rennen in de weilanden en bossen. Haar ouders hadden energie genoeg om haar te laten kennismaken met verschillende sporten zoals paardrijden, surfen, zeilen, schaatsen, wielrennen, judo en karate. Snowboarden deed ze voor het eerst op haar twaalfde. Op een zelfgemaakt board, want in die tijd waren er nog geen kindermaten en het echte materiaal was nog veel te groot. Op haar veertiende werd ze vierde op het jeugd-WK. Ze stapte over van skiën naar snowboarden en regelde op de Vrije School dat ze ’s winters naar wedstrijden kon gaan. Dat klinkt gemakkelijker dan het was, want terwijl haar klasgenootjes elke dag in de schoolbanken zaten en vrije tijd hadden, bedreef Nicolien topsport én moest ze haar schoolwerk zien bij te houden. Vanaf haar achttiende deed ze mee aan het hele wereldbekercircuit en verscheen ze de hele winter niet op school. Haar diploma behaalde ze via volwassenenonderwijs.

Ik voel me zoveel vrijer. Het hunkerende gevoel was ineens weer terug.

Bladzijde-36

Uitdaging
Komende lente, na haar laatste seizoen in de sneeuw, gaat ze via het topsportprogramma van Randstad mensen met een beperking helpen om aan de slag te gaan. Een logische stap volgens Nicolien. “Ik had altijd al iets met die doelgroep. Al vind ik het wel spannend om me in zo’n andere wereld te begeven. Maar ik ga niet meteen fulltime aan de slag hoor. In eerste instantie ga ik drie dagen per week werken, zodat ik voldoende tijd over houd om af te trainen. Maar ik kijk zeker uit naar deze nieuwe uitdaging.” Als topsporter zet ze zich in voor verschillende goede doelen zoals de Hartstichting, Sport Helpt, Jantje Beton en Right2Play. “Als ik iets kan betekenen voor kinderen die overleven in plaats van leven, doe ik dat graag. Met Right2Play was ik in Palestina. Sport en spel doen kinderen heel even hun ellende vergeten. Die kinderen hebben vanaf dat ze heel klein zijn, heel grote zorgen. Alleen al de weg van en naar school kan heftig voor hen zijn. Een loopspelletje of een bal geeft hen zoveel plezier – en het verbroedert. Zelfs ik, met mijn blote armen en blonde haar, werd tijdens het sporten gewoon één van hen.”

Wortel
Voordat Nicolien op reis gaat, doet ze boodschappen bij haar sponsor Ekoplaza. “Ik ben opgegroeid met een moestuin en heb altijd biologisch gegeten. Als kind trok ik een wortel uit de grond en at die op. Ik ben er heilig van overtuigd dat biologisch eten gezonder is en dat ik daarom zo fit ben. Heel veel klachten die mensen hebben, zijn gerelateerd aan voeding. Volgens mij snapt 90 procent van de Nederlanders niet hoe slecht E-nummers voor je zijn. Ik bak mijn eigen koekjes, zonder boter en suiker.” Voor ze vertrekt haalt ze rozijnen, meel en verse groente. “Zo maak ik op reis zelf mijn eten. Daar voel ik me zo goed bij!” In een bergdorp zijn niet altijd verse groente en fruit voor handen, en de meeste landen, met uitzondering van Zwitserland, zijn volgens de snowboardster niet erg ver met biologische voeding. “In een winterseizoen reis ik van hotel naar hotel. Maar of ik nu in het ene of het andere land zit: uiteindelijk krijg je in elk land het zelfde gaargestoomde eten. Daarom nemen we alles zelf mee. Van ons team eet 80 procent vegetarisch. Soms vraag ik een magnetron op de hotelkamer, of we picknicken met zelfgemaakte salades.”

Bladzijde-37

Flow
Nicolien traint zes dagen per week, twee keer per dag. Van april tot juli zit ze veel op haar racefiets om haar gewrichten te ontlasten. In het najaar doet ze wekelijks zo’n vier looptrainingen in het Vondelpark of in het Amsterdamse Bos. Een looptraining ziet er bij haar heel anders uit dan bij de gemiddelde loper. Het gaat haar niet zozeer om sneller en verder, maar om een betere coördinatie, sprint- en sprongkracht en balans. “Ik doe genoeg om fit te worden en te blijven.” Dromen van een marathon zoals die van New York, zoals veel topsporters na hun carrière, doet ze absoluut niet. “Hardlopen vind ik echt heel leuk, maar niet om het uren achter elkaar te doen. Tot 16 kilometer heb ik er nog wel plezier in, dus een keer meedoen aan een evenement overweeg ik wel. Maar ik weet niet of ik dan zo’n massale loop ga opzoeken. Ik heb mijn ogen uitgekeken toen ik in september bij de Dam tot Damloop was. Leuk, maar ik hoef daar zelf niet tussen te lopen.” Ze geniet van de flow als ze loopt, zonder muziek en het liefst in haar eentje. Maar liever als de mussen van het dak vallen dan wanneer de sneeuwvlokjes op straat dwarrelen. Want hoewel ze in de sneeuw excel- leert, houdt ze helemaal niet van kou. “Als het regent, ga ik echt niet buiten sporten. Dan ga ik naar de sportschool. Maar als de zon schijnt… Je maakt me nergens blijer mee dan met een stuk hardlopen op een mooie zomerdag.”

Hardlopen vind ik echt heel leuk, maar niet uren achter elkaar.