Zwabberbenen na een wissel, koppeltrainingen en héél véél kilometers maken. In het water. Op de fiets. En natuurlijk hardlopend. Het verhaal van drie triatleten.

Bladzijde-17

Mijn triatlon start bij het fietsen

Matthijs horlings (26): ‘Sinds 2012 doe ik bijna elk weekend mee aan een hardloopevenement. Ik ben gek op competitie. Niet eens om te winnen, maar vooral als meting voor mezelf: waar sta ik? Bij regionale loopjes mag ik wel eens het podium op, natuurlijk is dat leuk. Als duurtraining startte ik naast het hardlopen met wielrennen. Dus toen een vriend mij vorig jaar uitdaagde om mee te doen aan een sprinttriatlon, zei ik meteen ja. Mijn gedachte: het lopen en fietsen zit wel goed, en zwemmen doe ik ook wel eens op vakantie. Wat een ervaring! Al die mensen bij elkaar die zó gedreven zijn. Als je vooraf door het wisselveld loopt, zie je al die tijdritfietsen keurig klaarstaan en triatleten hun materiaal, helm en schoenen secuur klaarleggen. Dat vind ik mooi om te zien. In juni doe ik mee aan mijn derde sprinttriatlon. Een goede zwemmer ben ik nog niet, 750 meter borstcrawl houd ik niet vol. Dus kom ik als een van de laatsten het water uit. Maar dan gaat m’n blik en focus naar de finish, die 25 kilometer verderop ligt. Dan komt er zo’n stoot adrenaline vrij. Mijn triatlon start eigenlijk pas bij het fietsen. En per onderdeel word ik sterker. Die inhaalrace resulteert erin dat ik toch bij de eerste 35 procent finish. Heerlijk om tijdens het laatste onderdeel, 5 kilometer hardlopen, nog voluit te gaan. In april maakte ik mijn marathondebuut in Rotterdam: 3.10, dat maakte me zo blij. Ik train niet echt volgens de boekjes, ik doe vooral wat ik leuk vind. Naast een evenement in het weekend, loop ik doordeweeks nog één keer of zit ik op de racefiets. Mijn studie Commerciële Economie en vriendin vind ik ook leuk en belangrijk. In de voorbereiding naar de marathon deed ik wel aan veel halve marathons mee, en een keer aan een 32 km-event. De week na mijn marathon reed ik een tijdrit, niet ideaal misschien maar wel heel leuk. Ik ga in de toekomst zeker eens voor een halve triatlon of de Olympische Afstand.’

Bladzijde-18

Mijn doel? De Olympische Spelen!

Elianne Huitema (17): ‘Een startbewijs voor de Olympisch Spelen halen, dát is mijn doel. Sinds 2012 ben ik triatlete. Vorig jaar mocht ik al deelnemen aan het EK in Kitzbühel en aan het WK in Edmonton. Dit zijn mijn mooiste sportervaringen tot nu toe. Op mijn tiende begon ik met survival, een combinatie van allerlei buitensporten waaronder hardlopen. Dat vond ik zo leuk dat ik in 2010 mijn eerste hardloopwedstrijden liep. Ook zwem ik al diverse jaren bij de selectie. Mensen om me heen moedigden me aan om naar de talentendag van de Nederlandse Triathlon Bond te gaan. Ik ging er heen om mezelf te meten met anderen. Maar ik werd uitgekozen, ík mocht bij de Nationale Opleiding Selectie van de Nederlandse Triathlon Bond komen. Daar had ik niet op gerekend. Natuurlijk zei ik gelijk ja! Dus sinds oktober 2012 ga ik om het weekend naar Sittard, naar het Nationaal Topsport Centrum Triathlon. Ook bijna al mijn schoolvakanties breng ik hier door. Ik doe dit met zo veel passie en plezier, dat ik na mijn examens naar Sittard verhuis. Hopelijk heb ik dan mijn havo-diploma gehaald en kan ik daar fysiotherapie studeren. Ik doe alles om de Spelen te bereiken. De afwisseling van de triatlonsport vind ik leuk, de focus ligt niet op één sport. In een race hangt het dus ook niet van één onderdeel af. Wedstrijden zijn altijd anders, je kunt nergens op rekenen. Met zwemmen kun je achterop raken in het open water en met fietsen kun je in of achter een valpartij komen. Ik heb het ook nodig om te sporten, anders word ik druk. Als ik bezig ben dan krijg ik alles weer op een rijtje. Tijd voor uitgaan heb ik niet, maar voor vriendinnen wel hoor. Zij snappen denk ik wel wat sport voor mij betekent. Soms komen ze kijken, ik denk dat ze dan wel trots zijn.’

Bladzijde-19

Ik veroverde 10 nationale titels

Sione Jongstra (39): ‘Ik ben één en al triatlon. Zelfs hoogzwanger heb ik al weer wensen en doelen. De Ironman volbracht ik vijf keer. Maar die klassieke langeafstandstriatlon van 3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en dan nog een hele marathon, blijft kriebelen vooral nu er in Maastricht een Ironman komt. Dit jaar zit dat er natuurlijk niet in. Maar het jaar erna hoop ik daar weer naar toe te trainen. Ook een losse marathon staat
nog op mijn lijstje. Ik ben wel een beetje sportverslaafd ja. In stilzitten ben ik niet goed. Als baby was ik al zo’n draaikont. Tijdens mijn jeugd sportte ik veel, maar in het dorp waar ik opgroeide bestond geen triatlonvereniging. Pas tijdens mijn studie in Groningen startte ik in 1999 met een triatloncursus. Geweldig vond ik het: drie sporten in één. Dat jaar deed ik direct mee aan het nationale circuit voor junioren. Materiaal had ik niet, dus ik kocht de fiets van een buurman over. Niet de juiste maat, maar ik had een race-fiets. Iemand leende me nog een opzetstuur.