Waar een veldspeler zo’n 11 kilometer per wedstrijd rent, 35 loopt een keeper maar een kilometer of vier, vijf op en neer.Toch kiest Edwin van der Sar na zijn rijke voetbalcarrière voor de hardloopsport. "Als kind rénde ik met vriendjes al de wandelvierdaagse. Wat dat betreft is het eerder raar dat ik in het doel ben terechtgekomen."

Bladzijde-34

“Vroeger bij Ajax had je nog geen individuele programma’s. ’s Morgens om half 8 ging het hele team het bed uit om 45 minuten door de bossen te lopen. Tegenwoordig is dat veel meer uitgedokterd. Spitsen doen bijvoorbeeld veel meer kort werk dan middenvelders. De laatste jaren liep ik mis- schien drie keer tien minuten een rondje op een parcours. Als keeper is je beweging vijf meter naar voren, een duik omhoog en drie meter naar links. Daar hoef je geen 45 minuten voor hard te lopen.”

Twee flessen wijn
Toch loopt Edwin slechts drie maanden na zijn afscheidswedstrijd op 3 augustus 2011 de New York-marathon. “We hadden een lekker diner met vrienden. Na twee flesjes wijn zegt één van hen: ‘Ik hoef niet meer, want ik loop volgende week de marathon van Parijs. Dan doe ik volgend jaar nog een keer New York en dan ben ik er klaar mee.’ Gaaf, zei ik, als je een jaartje wacht, loop ik met je mee.” Het worden er drie of vier, want Edwin rekt zijn carrière langer dan verwacht. Om na die afscheidswedstrijd prompt last van zijn kuit te krijgen. “Het verste wat ik daardoor had gelopen was een halve marathon. Tijdens die halve marathon van Katwijk kreeg ik een enorm grote bloedblaar. Toen had ik wel even paniek.” Bruggentraining zat er ook niet bij. Met humor: “Ik wist dat we op een brug startten, maar dat er vijf in zouden zitten… Dat was wel heel pittig. Zeker die eerste, dan word je meegezogen. Kijk je na 2 kilometer, heb je net acht minuten gelopen. Dan denk je: gaat dit wel goed?” Hij finisht in een nette tijd van 4:19:16. “Die marathon was het zwaarste wat ik ooit had gedaan. Als topsporter had ik wel spieren in mijn benen, maar niet de training in mijn benen. Ik heb na afloop twee maanden niks kunnen doen.

Bladzijde-36
 
Die magische grens…
In 2012 hoopt Edwin in New York onder de magische grens van vier uur te duiken. Hij traint drie, vier keer in de week en loopt netjes zijn laatste duurloop: “Twee weken ervoor liep ik vrij gemakkelijk een 30 in Marbella. Na afloop even in bad, ’s avonds een beetje stijve benen maar voor de rest niks aan de hand.” Helaas moest de organisatie de marathon afblazen als gevolg van orkaan Sandy. De maand erop begint Edwin als directeur marketing van Ajax. Het is een van de redenen dat hij nog geen tweede marathon heeft gelopen. “Ik loop nu een stuk minder vaak, minder soepel ook. Maar als het uitkomt, loop ik een keer per week 7, 8 of 9 kilometer met vrienden. Ik woon in een lekkere omgeving, ben binnen vijf minuten in de duinen.” Hij loopt in 2013 de halve van Amsterdam in 1:53, doet de halve van Katwijk twee keer. Ook pittig: “De laatste vijf, zes kilometer is over het strand terug.” Zo af en toe voetbalt hij. “Dan doe ik met het tweede mee bij Ajax, of met het eerste. Veel kort werk, en op de grond. Afwerken, kleine partijtjes. Daar heb ik wel last van. Ik doe te weinig intervaltraining. Als ik hardloop, loop ik vaak mijn standaardloopje van 6, 7 kilometer. Dat is door de duinen heen, en over het strand terug.” Grijnst: “Dan moet het wel hard zijn.”

Die marathon was het zwaarste wat ik ooit had gedaan

De wereld op zijn kop
Een favoriet is de Dam tot Damloop. “Vorig jaar liep ik de 4 mijl met mijn vrouw en dochter. Mijn vrouw Annemarie liep voor het eerst weer zo’n lange afstand. Dat was heel bijzonder. In december 2008 kreeg Annemarie een hersenbloeding. Plotseling was ze haar spraak kwijt en kon ze niet meer lopen. Onze wereld stond op zijn kop. Na een intensieve revalidatie gaat het nu weer heel goed met haar.” Met die ervaring richt Edwin samen met zijn vrouw, na het beëindigen van zijn voetbalcarrière, de Edwin van der Sar Foundation op. “Beweging zorgt voor het herstel van hersenfuncties en voorkomt herhaling of een terugval. In nauwe samenwerking met de zorgsector realiseren wij diverse beweegprojecten, specifiek voor mensen met hersenletsel. Zwemmen, fitness, fietsen, enzovoort, is nu al op veel locaties in het land mogelijk, en we breiden dat in hoog tempo uit. Ook zijn we actief via fysio- en ergotherapeuten. Waar nodig zorgen we voor aangepaste apparatuur of materialen.” Edwin en zijn vrouw lopen nu geregeld samen met een grote groep voor hun eigen Foundation. Zo ook de jaarlijkse KerstRun Aan Zee. “Afgelopen jaar regende het stevig, het was zó koud! Iedereen was tot op het bot verkleumd.”

Bladzijde-37

Misschien, ooit..
Staat er nog iets op de verlanglijst? “New York is wel de mooiste marathon die er is. Als voetballer zeg je: ‘Ik wil op Wembley of in Camp Nou spelen.’ Als je een marathon wilt lopen, wil je New York doen.” Er blijkt nog een marathon in Edwins hoofd te zitten: “Berlijn. Als je een snelle tijd wilt halen, moet je Berlijn lopen.” Hij grijnst en geeft een helling aan met zijn hand: “Daar loop je zo naar beneden, toch?” Maar nee, die snelle tijd zou niet de reden zijn. “Ik ga meer voor het plezier dan voor de tijd.”

Áls Edwin nog een keer een marathon loopt, hoopt hij met een groot team te gaan. “Hardloopevenementen zijn leuke fundraisers geworden voor goede doelen. De Edwin van der Sar Foundation stimuleert beweging, en onze partners en volgers lopen dus zelf ook fanatiek mee. We willen ons hardloopteam graag verder uitbreiden, om meer aandacht te vragen voor de stichting en om geld op te halen voor onze projecten.”

Deze herfst
Hij weet al welke loopjes hij dit najaar wil doen. “Ik train voor de Dam tot Dam, denk aan de halve van Katwijk en de halve van Amsterdam is vorig jaar toch wel heel goed bevallen. Ik denk dat het twee van die drie wordt. Toch is de herfst niet zijn favoriete jaargetijde. “Trainen in de regen vond ik ideaal, maar hardlopen… Ik ben een mooi weer-loper. Ik neem ook altijd mijn schoenen mee op reis, ook met Ajax. Op de wedstrijddag zelf ga ik dan lopen, door het centrum. Soms neem ik dan sponsors mee. Loop je ineens door Milan, of Madrid. Hoewel, mooi weerloper…. Kou vind ik niet erg. Ik verbaas me er alleen over dat iedere keer weer als ik denk ‘wat is het koud’, ik me te warm aankleed. Dat na tien minuten alles gloeit.”

Gezellig!
Tijdens het lopen wordt hij geregeld herkend. “Ik kom veel wielrenners tegen, of andere lopers. ‘Hé, Van der Sar, even een foto?’ Dat is wel eens lastig, want eigenlijk ben je gewoon met je ding bezig. ‘Ah joh, drie secon- den!’ Voordat dan die telefoon eruit is, de code ingevoerd, sta je toch alweer twintig seconden stil.” Zelf loopt Edwin zonder telefoon. “Ik heb alleen een klokje bij me, voor de kilometers. Ik wil graag weten hoe hard ik loop, hoeveel kilometer, mijn hartslag. Zo’n hartslagmeter om je borst vond ik niet zo prettig, maar ik heb nu de MiCoach van adidas. Een fantastisch ding, het is alles ineen.” Ook tijdens evenementen wordt hij herkend. “In New York heeft iedereen een naam op zijn shirt, wordt iedereen toegejuicht. ‘Come on, John, you can do it!’ Ik heb nog internationale bekendheid ook, dus een hoop mensen herkennen me. Krijg je klopjes op je rug: ‘Kom op, goed zo!’ Maar je hebt ook wel eens een kerel die gewoon twee minuten aan je zij blijft lopen en die wil práten. Na 22 km heb ik echt geen adem voor een gezellig praatje met die meneer die heel goed kan hardlopen! Ik heb wel mijn energie nodig. Ik ben niet altijd een gezellige loper.”

Ik ben een mooi weer-loper