Hij had zelf graag topsporter willen worden, maar heeft een andere manier gevonden om bij elke spannende sportfinale te zijn: Henry Schut (40), presentator van Studio Sport, maakt zich op voor een zomer vol sport en Olympische finales. Hij focust zich volledig, maar nooit zonder zelf in beweging te blijven.

bladzijde-22-3

Als atletiekminnend Nederland in de ban is van het EK Atletiek in Amsterdam, richt Studio-Sportpresentator Henry Schut zich op het EK Voetbal. Maar hij hoopt toch iets mee te krijgen van de prestaties van de Nederlandse atleten. En in Rio is hij erbij. De laatste week van het EK voetbal vindt het Europees Kampioenschap atletiek plaats.
’s Avonds wil Schut in zijn uitzending tijd besteden aan de Nederlandse prestaties, naast de programma’s rondom atletiek die er dan op TV zijn. ‘Als Dafne Schippers of Sifan Hassan kampioen worden, hopen we hen natuurlijk naar de studio te kunnen halen. Het is jammer dat er veel evenementen tegelijk plaatsvinden; ik zou over het EK Atletiek of de Tour de France ook graag een programma maken, maar ik kan maar één ding tegelijk doen.’

Geen oefenwedstrijd
Het mooie aan verslaggeving van een atletiektoernooi vindt Schut dat je kunt kiezen welke nummers je wilt zien; je weet wanneer het spannend wordt. ‘Je moet niet bang zijn om iets te missen. Omdat ik mijn programma’s ook nog moet voorbereiden, zie ik juist heel veel sport niet. Als ik maar zie wat ik nodig heb.’ Als liefhebber van atletiek hoopt hij dat het EK door veel atleten serieus wordt genomen. ‘En dat ze er geen oefenwedstrijd voor de Spelen van maken’, legt hij uit. ‘Met de Nederlanders zal dat wel meevallen: voor de meeste Nederlandse deelnemers is dit een hoogtepunt in hun carrière. Voor buitenlandse toppers kán het een mooie, veredelde trainingswedstrijd zijn.’ Hij hoopt dat hij de finales van Dafne Schippers en Churandy Martina kan zien; het zijn zijn favoriete atleten.

Helden
‘Naar atletiek kan ik de hele dag kijken. Nog liever op TV dan in een stadion. In het echt is alles zo ver weg. De meerkampers vind ik de helden van deze sport. Ze kunnen alles en moeten alles; ik kan me niet voorstellen hoe je lichaam aanvoelt als je tien verschillende onderdelen op hoog niveau moet uitvoeren. Hun lichaamsbouw zit overal tussenin; ze hebben het gespierde van sprinters in zich, maar ook het ranke van een hoogspringer.’

Thuis
Schut is naast presentator vader van drie kinderen tussen de vijf en één jaar oud. Als hij een maand lang het EK Voetbal volgt en presenteert vanuit de studio in Hilversum, komt hij ‘s nachts thuis en heeft hij echt wat uurtjes slaap nodig om de volgende dag fit genoeg te zijn voor weer een lange werkdag. Thuis draait het leven gewoon door. ‘Het is soms makkelijker als ik ver weg ben, zoals in Rio. Dan kan ik me alleen op mijn werk focussen. Natuurlijk houd ik wel contact met thuis en mijn kinderen zien me natuurlijk als ik op televisie ben – iets wat ze overigens heel normaal vinden.’ In Rio zendt Studio Sport uit vanaf het Olympisch park; zo dicht mogelijk bij het episch centrum van de sport. Om zich voor te bereiden op een toernooi als de Olympische Spelen is zijn liefde voor sport essentieel. ‘Daardoor volg ik alles. Voor zoveel sporten kun je je niet vlak van tevoren even inlezen; ik volg altijd alle topsport. En sinds januari vergaderen we bijna wekelijks met de redactie over welke gasten we straks op de bank willen hebben.’

Je moet niet bang zijn om iets te missen

Olympische droom
Toen Schut een jaar of 20 was, wist hij wat zijn droom was: de finale op de 800 of de 1500 meter lopen tijdens de Olympische Spelen. Voor voetbal had hij niet voldoende talent en met tennis was hij te laat begonnen om de top te halen, zo redeneerde hij. Toen hij Marko Koers op de Spelen van 1996 de finale zag lopen, dacht hij: dát is het! ‘Ik was ineens helemaal weg van het idee dat je als Hollandse jongen op de Spelen kon staan.’ Net verhuisd voor zijn studie Journalistiek, zocht hij in Zwolle naar de atletiekbaan waar hij zijn eerste stappen wilde zetten naar die Olympische droom. Helaas bleek de afstand van zijn studentenkamer naar de atletiekbaan te ver rijden met een slechte busverbinding. ‘Eh, ja. Dat was heel zwak. Maar daar liep inderdaad die droom op stuk.’

Spiermassa
Nadat voetbal, tennis en hardlopen waren afgeschreven, wilde Schut een paar jaar geleden wat meer massa. ‘Ik vond mezelf te mager.’ Hij toog naar de sportschool om door krachttraining spiermassa op te gaan bouwen. Met succes, want inmiddels is hij vijftien kilo aan spieren zwaarder. De afwisseling van het werken met zijn hoofd en het trainen van zijn lichaam doet hem goed; het zorgt voor balans in zijn leven. ‘In de sportschool hoeft niets. Ik kom soms met 1000 ideeën naar buiten; soms zelfs met een letterlijke tekst.’ Ook tijdens drukke toernooien maakt hij tijd om te trainen. ‘Anders wordt mijn lichaam gek. Ik krijg afkickverschijnselen en word chagrijnig. En het is ook zo leuk om in het buitenland een sportschool op te zoeken. In Berlijn vond ik een sportschool die 24 uur per dag geopend was. Toen ben ik expres ’s nachts gegaan, gewoon om te zien wat daar dan gebeurt.’ Sinds Schut fanatiek sport, is hij op zijn voeding gaan letten. Aanvankelijk vond hij het lastig om ongezonde dingen te laten staan, maar al snel leerde hij hoe lekker gezond eten kan zijn. ‘Vooral vis, alle soorten vis, ben ik gaan waarderen.’ Op dagen dat hij traint, neemt hij een eiwitshake; op rustdagen vindt hij dat niet nodig. ‘Ik krijg dan via normale voeding wel voldoende eiwit binnen.’

bladzijde-22-2

Goud
In de atletiek blijft de middenafstand interessant voor Schut. ‘Dat heeft te maken met de geschiedenis die Nederland heeft op de 800 meter. In 1992 zag ik Ellen van Langen goud winnen; zo leerde ik dat onderdeel kennen en waarderen.’ Ook de sprint vindt hij interessant. ‘Hoe korter de afstand, hoe meer ik ermee heb.’ Op de Spelen is elke sport mooi, vindt hij. ‘En zwemmen, atletiek en de toestelfinales van het turnen vind ik echt prachtig.’

Sprint
Churandy Martina en Dafne Schippers: Schut is fan. ‘Churandy is zo leuk. Ik zou het hem zo gunnen dat hij een medaille wint die hij mag houden.’ De presentator refereert aan de zilveren olympische medaille die hij in 2008 misliep omdat hij een voet op een witte lijn had gezet. Uiteindelijk kreeg hij de medaille toch, maar het moment was voorbij. Schut kijkt uit naar de sprintfinales. ‘Zou Usain Bolt drie keer op rij goud kunnen winnen? Sowieso zijn die buitenlandse sprinters mooie types op zich.’ Vaak ontwikkelen zich verhalen rondom een atleet, zoals over Tia Hellebaut die Olympisch goud won met hoogspringen in 2008, en over de Belgische broers Borlée. ‘Dat je het voor elkaar krijgt om met twee broers bij de beste atleten van de wereld te horen is uniek.’

Op de Spelen is elke sport mooi

In control
‘Dafne (Schippers, red.) kan zo ongelooflijk, alsof het een rekensommetje is, vertellen dat ze gewoon een plannetje uitvoert. Binnen 11 seconden is haar race voorbij en dan vertelt ze na afloop heel rustig aan de pers dat ze een plannetje had. Zelfs haar interviews lijken zich in spanning op te bouwen: na de series is ze relaxed. Na de halve finale is ze meer gespitst en na de finale mag alles eruit. Ze is zich zo bewust van alles wat ze doet’, vertelt Schut met bewondering in zijn blik. ‘Ik bewonder hoe ze naar buiten treedt als een totaal zelfverzekerde topsporter. Alleen al daaraan zie je dat ze top is: totaal in control, heel knap. Ze zegt dat ze de druk niet voelt – en ik geloof haar.’